De afgelopen weken waaide de wind uit het Oosten. Een stevige, soms stormachtige wind die over het IJsselmeer aan kwam snijden en over de dijk heen viel, zo boven op onze boerderij, die pal op het Oosten ligt. Behaaglijk was anders. De houtkachel maakte overuren en we gingen zo min mogelijk naar buiten. Behalve aan de energierekening merkten we de gevolgen van het barre weer aan de dieren.

De paarden vochten een stille strijd uit over een plek in de schuilstal die enigszins beschutting bood. De oudste merrie kwam steevast als winnaar uit de bus en stond lekker binnen. Het veulen mocht er half in en nummer drie had het nakijken. Drachtig en wel schikte ze zich in haar lot met hangend hoofd en de kont in de wind. ‘ s Nachts mochten ze in de stal. Moeder en kind in de ene, de leidende merrie met Stoffer het schaap in de andere.

Ook de eenden werden onrustiger naarmate de kou aanhield. Als ik de kippen ‘s morgens ging ging voeren waren zij geen partij voor de hongerige meute eenden die zich agressief op het kippenvoer stortte. Na een paar dagen begon ik de kippen binnen te voeren. Op het hoogtepunt van de sneeuwstorm kwamen zij toch al niet meer buiten, bang om weg te waaien.

De eenden probeerden het nog een paar dagen maar concludeerden toen dat er voor hen niets meer te halen viel en lieten zich niet meer zien bij het kippenhok. Diep weggedoken in hun veren dobberden ze dicht bij elkaar in het laatste onbevroren stukje sloot.

Uit medelijden kookte ik een pan volkoren rijst met zonnebloemolie, mengde er stukjes noot en overgebleven pasta doorheen. Ik verheugde me al op een enthousiaste menigte dankbare eenden. Toen ik met mijn pan buiten kwam was er geen eend te bekennen. De sloot was inmiddels geheel dichtgevroren en samen met het gebrek aan eten was dit genoeg reden voor hen om het erf helemaal te verlaten. Later op de dag zag ik ze met zijn allen zitten bij de buurvrouw, die wat beschutter woont.

De rijst was voor de kippen en de waterhoentjes (die bleven wél) en de andere vogels die hier rondscharrelen: roodborstjes, koolmezen, huismussen, kauwen, eksters en merels.

Stilte na de storm

De wind waait nog steeds uit het oosten maar het gure weer heeft plaatsgemaakt voor kraakhelder en zonnig winterweer. Alles komt bij. De kippen wagen zich weer naar buiten, zoeken een beschut plekje om te zonnen en de paarden zijn weer aardig voor elkaar. Het landschap om ons heen is betoverend mooi en lopend op de dijk ontvouwt zich een sprookjeslandschap van kruiend ijs op het IJsselmeer.

Ganzen vliegen deze dagen luid gakkend in formatie over. Wilden ze hier overwinteren maar heeft deze koude periode ze toch doen besluiten om zuidwaarts te gaan?

De dagen worden al langer en soms voel je het voorjaar al in de lucht. Na deze vorstperiode kantelt wellicht het seizoen. Zojuist zag ik alweer een eendenstel tussen de kippen zitten in de zon.

De winter is de tijd voor stilte, rust en introspectie. Van overleven ook als de omstandigheden erg bar zijn. Van terugkijken op de afgelopen periode en plannen maken voor het volgende seizoen. Plannen voor de moestuin bijvoorbeeld die nu omgeploegd onder de sneeuw ligt. Voor de verbouwing van de boerderij die in het voorjaar gaat beginnen. Voor werk dat lonkt.

Ik zit in de startblokken, maar geniet nog even van deze koude winterperiode, waarin alles en iedereen zijn adem inhoudt en wacht op de lente.