Ruim een week geleden kregen we de sleutel van onze nieuwe woonplek, een oude stolpboerderij aan de rand van een langgerekt dorp aan de oever van het IJsselmeer.

De notaris waar de overdracht formeel plaatsvindt heet ons hartelijk welkom in het dorp. We krijgen koffie, zetten de nodige handtekeningen en krijgen de sleutel overhandigd. Dan houdt de notaris een verkooppraatje. Het dorp is een fijne plek om te wonen, vertelt ze, met veel sociale bijeenkomsten en mogelijkheden om elkaar te leren kennen. Alleen nu even niet natuurlijk, met Corona. De Westfriesen zijn eerlijk en direct maar staan open voor afwijkende meningen en zijn niet star, aldus de notaris.

Zelf is ze afkomstig uit een Westfries notarisgeslacht. Dat is te zien aan de talrijke historische boeken en afbeeldingen van diverse generaties van notarissen n de kamer. We zijn vooral vol bewondering voor een gigantische antieke klok met een afbeelding van de wereld die een hele muur in beslag neemt. Die blijkt uit het plaatselijke tuincentrum te komen.

de grote boze buitenwereld

Nu de wereld in de greep is van meerdere virussen, Covid, Trump en het recht om je mening te uiten versus het recht om te kwetsen om er een paar te noemen bemerk ik bij mezelf al een poosje de neiging om me terug te trekken. In een eigen cocon ver van die op hol geslagen boze buitenwereld. De boerderij die we over een paar weken gaan betrekken in de rust en ruimte van het Westfriese landschap past hier perfect bij.

De afgelopen week pendelden we heen en weer tussen de twee huizen. Alles doet het gelukkig: gas, water, stroom en WIFI. Er is alleen een stop die steeds doorslaat in de stokoude stoppenkast.

Ik maakte vierentwintig keukenkastjes schoon en vijftien lades. Dat is alleen nog onze eigen keuken. Er staan ook nog keukens in de bijkeuken en de hondenschuur. En ik schilderde de muren van de woonkamer in allerlei tinten blauw.

Stoffer en de andere dieren

Het buitengebeuren is het terrein van mijn dochter. Ze voorzag de weides voor de paarden van stroomdraad, knapte de schuilstal op en hing hooiruiven op. Vanaf een veilige afstand keek Stoffer toe, het schaap dat zich niet liet vangen bij de verhuizing en dat nu van ons is. Een week lang heeft ze moederziel alleen staan mekkeren in de regen onafgebroken naar het huis en naar ons starend. Ze miste haar maatjes de pony’s.

Sinds woensdag heeft ze weer gezelschap van ons eigen paard Quenza en veulen Nova. Stoffer is superblij en volgt hen op de voet. Dat is niet geheel ongevaarlijk want Quenza, van nature al een kattenkop, vindt haar niet leuk en jaagt haar steeds weg. Stoffer verstaat deze paardentaal echter slecht en zoekt bescherming bij de achterbenen van Quenza, de meest gevaarlijke plek.

We tellen we elke dag de kippen, zestien stuks en twee hanen, en jagen de slechtvalk weg die het op ze voorzien heeft. Hij is klein van stuk, een stuk kleiner dan de kippen, maar deze roofvogel is levensgevaarlijk als hij zich als een bom uit de lucht laat vallen en zijn prooi, in dit geval de kip, ‘doodslaat’. Het is de afgelopen maanden al zeven keer gebeurd.

(ver)dwalen

Wandelen doe ik nu vooral binnen en op het erf. Was ons oude huis in Velsen al niet klein, de boerderij heeft zoveel vertrekken, op onnavolgbare wijze met elkaar verbonden door gangetjes en deuren, dat ik steeds verdwaal en kilometers per dag loop. Zo maak ik kennis met het huis, laat de vertrekken op me inwerken en ontdek steeds nieuwe kastjes en deuren en hoekjes. Met elke lading spulletjes, elke schoonmaak- en schilderbeurt wordt het steeds iets meer van ons.

Twijfel is er ook: gaan we het redden hier? Gaan we aarden en gelukkig zijn? Zullen we wennen aan de stilte en het leven op het platteland? Leggen we contacten, gaan we zelfs vrienden maken?

De mensen die we tot nu toe ontmoet hebben zijn allervriendelijkst. Op de buurvrouw kunnen we altijd een beroep doen voor hulp, zij heeft ook de kippen verzorgd in de week dat het huis leeg stond. Zelf heeft ze een Bed & Breakfast en drie nieuwsgierige alpaca’s in de wei. Door herhaaldelijke  autopech vonden we ook al een garage bijna om de hoek met aardige monteur die in zijn kantoortje prachtige schilderijen heeft hangen, gemaakt door zijn vader.

De eerste doos eieren is al verkocht aan een vaste klant en natuurlijk krijgen we te maken met de eigenaren van de honden die bij ons komen logeren, als de schuur klaar is.

mannen in onderbroek

Deze week wordt het asbest uit het dak van de schuur verwijderd. Er staat een mobiele douche op het terrein. Een paar keer per dag zien we de mannen in onderbroek er naar toe lopen om zich te douchen als ze gaan pauzeren. Het is een smerig werkje. En het valt tegen, ze hebben veel langer nodig dan gedacht.

Savan, de opzichter/automonteur/autohandelaar verwijdert zelf geen asbest maar ziet erop toe dat alles goed gaat en verveelt zich de hele dag te pletter. Hij heeft ons al met veel dingen geholpen en is dol op een praatje.

De honden Sien en haar dochter Lily krijgen zo langzamerhand door dat ze niet achter de kippen en het schaap aan mogen jagen en hebben gisteren de sloot ontdekt. Niet zo fijn voor ons maar  je bent een Labrador of niet.

En dan is er nog de getraumatiseerde en geadopteerde poes Wifi die met haar drie poten over het erf hobbelt en toch muizen kan vangen.

Maar daarover later meer. Voorlopig dwalen we nog even verder.