Omdat ik ongestoord wilde schrijven ging ik afgelopen week weg van de boerderij met al zijn bewoners en beslommeringen en nam mijn intrek in een klein huisje op Terschelling, een plek waar je in deze tijden nog wél naar toe kunt. Het huisje ligt aan de bosrand en is volgens een tegel boven de kachel ‘het best bewaarde geheim van Terschelling’. Het is piepklein maar heeft alles wat een mens nodig heeft op een paar vierkante meter. De jongste hond mocht mee en bij aankomst ligt er een kussen voor haar klaar naast de kachel.

Zeeën van tijd

Al snel verbaas ik me over de hoeveelheid tijd die vrij komt als er geen groot huis, dieren en mensen om je heen zijn die de nodige aandacht vragen. Een lege zee van tijd strekt zich voor me uit, een week lang! Al gauw hebben Lily en ik een soort ritme te pakken van vroeg opstaan, even naar buiten, schrijven, om en om een lange wandeling of hardlopen, schrijven, eten, beetje tv kijken en nog wat schrijven of lezen.

Zoal het hoort op Terschelling in de winter stormt en regent het flink en tijdens onze struin tochten over het eiland worden we kletsnat en koud. Het brandende lichtje van ons tiny house is bij thuiskomst een baken in de schemering. Alle omliggende huisjes zijn leeg en ook overdag komen we weinig mensen tegen. Alleen op een eiland.

Nostalgische vondst

Op de eerste avond vind ik in een mandje een doosje met drie DVD’s met daarop zeven afleveringen van Sil de strandjutter. Deze vondst is op zich al nostalgisch, want wie heeft er nou nog een DVD-speler in het huidige Netflix tijdperk? Dan moest er ook ergens een gleuf zijn.. Na enig zoeken ontdek ik hem in de zijkant van de kleine televisie en stop de eerste schijf erin. Na een intro waar maar geen einde aan lijkt te komen maar die wel intrigeert (op gedragen toon: ‘ de hoge heren uit West keken net zo hartgrondig neer op de arbeiders uit Midsland en de arme sloebers in het Oosten als zij dachten dat deze naar hen opkeken’ ) en de eerste tien minuten van het verhaal zet ik hem bijna weer uit. Wat een gedateerde traagheid, wat een slecht acteerwerk en wat een duimendik moralisme. Toch blijf ik kijken en na die eerste aflevering ben ik om.

De familie Droeviger

De serie was op televisie toen ik dertien was. Destijds was ik al gefascineerd door de ruigheid van het landschap en het leven op het eiland. Alles draait om de familie Droeviger die in de meest oostelijk gelegen boerderij van Oosterend woont. De stoere, trotse en licht ontvlambare Sil en zijn verstandige vrouw Jaakje, die hem regelmatig voor allerlei rampen behoedt. De twee zoons, de meiden gekke Jelle en de stille betrouwbare Wietse. En natuurlijk Lobke, de bij een schipbreuk geredde en door Sil ‘geadopteerde’ dochter uit Zweden waar beide zoons verliefd op worden, wat natuurlijk een enorm gedoe geeft.

Nu, ruim veertig jaar later kijk ik er uiteraard anders naar. De mensen zijn anders, de taal is anders, of wordt in ieder geval anders uitgesproken en de scènes van een door storm opgezweepte zee zijn bezien met de blik van nu vrij amateuristisch; je ziet nog net niet de mensen met grote tuinslangen en windmachines in beeld.

Als dertienjarige was ik verliefd op de losbollige Jelle, de zoon van 17, gespeeld door een dertiger. Er zijn wel meer dingen niet kloppen. Zo krijgt Sil er in al die jaren geen enkele rimpel of grijze haar bij. Maar wat wordt er goed geacteerd door kopstukken als Bram van de Vught en Jan Decleir. Alleen Lobke, een piepjonge Monique van de Ven, is wel heel erg braaf, op het irritante af, bovenaards bijna, een engel, en het oogappeltje van Sil. Echt stom dat ze niet voor Jelle kiest. Mijn held die een heroïsche dood sterft, nadat hij negentien drenkelingen heeft gered. Enfin, het kijken naar deze  serie verhoogt de eilandsfeer aanmerkelijk.

Andere tijden

Halverwege de week loop ik langs de zee met de storm en regen in mijn rug, bijna ongemerkt word ik kletsnat. Uitkijkend over de wilde zee kan ik me de rauwe taferelen van een paar honderd jaar geleden goed voorstellen. Ik begin zelfs uit te kijken naar aangespoelde wijnvaten en zie ik daar in de verte de reddingsboot aankomen, getrokken door een tiental stoere Friese paarden? Helaas, het is een grote Landrover die langs de vloedlijn rijdt. Nu valt me ook op dat het hele strand bezaaid is met bandensporen. Wie zijn toch die mensen die de hele tijd in Jeeps heen en weer rijden over het strand? Is dit het moderne strandjutten, of houden ze in de gaten of er geen wandelaars in gevaar verkeren? Zijn het toeristen op excursie? Het brengt me terug in de werkelijkheid. Gauw terug naar mijn huisje om te schrijven en nog iets mee te krijgen van de inauguratie van Joe Biden als nieuwe POTUS. Het zijn echt andere tijden.

Niksen en Bosbaden

Na een week kan ik er weer helemaal tegen. Ik heb me naast het schrijven en het kijken naar Sil gelaafd aan het buiten zijn, het ‘baden in de natuur,’ ofwel Shinrin-Yoku zoals de Japanse stroming heet die snel aan populariteit wint. Goed voor je bloeddruk en het leven in het hier en nu. Ook heb ik regelmatig ‘genikst’, volgens de Poolse journalist Olga Mecking die er een boek over schreef heilzaam voor de gestreste en piekerende mens. Het is de kunst van het niets doen, ofwel doen waar je zin in hebt zonder daarmee een doel te hebben en je gedachten alle kanten op te laten gaan. Ik ben benieuwd wat Sil Droeviger er van zou vinden.